Verhalen

Het was

Het was zo'n mooie voorjaarsavond waar alles mogelijk leek, maar de vrouw in bed huilde en de man naast haar wist niet hoe hij haar kon troosten. Ik bevond mij in een hoekje van het plafond van hun slaapkamer en bezag dit menselijk leed.
Al een poosje speelde ik met de gedachte weer een aardse vorm aan te nemen, maar ik was mijn eerdere ervaringen nog niet geheel te boven. Wat had ik al niet doorstaan in al die eeuwen en zou ik niet beter nog wat freewheelen als zieltje zonder zorgen?!
Hij leek me wel sympathiek, maar overdag ging-i naar zijn werk en hoe zou het dan zijn met de overbezorgde hypochon- drische vrouw alleen te zijn?
Eigenlijk was ik afgekomen op het prachtig pianospel een verdieping lager; daar woonden de ouders van de vrouw. Dat zouden dan mijn grootouders worden. Dat idee beviel me wel.
Toen de man en de vrouw elkaar omhelsden besloot ik aan hun innigste wens te voldoen en op een koude januari-avond negen maanden later zag ik opnieuw het levenslicht.

Een andere plek

Ze hebben haar naast de kerstboom gezet in de grote kamer.
"Zo, mevrouw Jansen", zegt de broeder, "dit is de conversatie- zaal. Dan kunt u alvast wat kennismaken met de andere bewoners en over een uurtje gaan we al eten. Extra lekker omdat het feest is!" Hij beent weg voor ze iets kan vragen.
Ze kijkt om zich heen en ziet dat ze zich te midden van een groep duttende of apathisch voor zich uit starende oudjes bevindt. Niemand zegt wat. Niemand kijkt naar haar. De kinderen zullen zo wel terugkomen en me naar huis brengen, denkt ze en tracht haar paniek te onderdrukken.
In een van de zilveren ballen in de boom ziet ze een verschrikt gezicht met raar kort haar. Waar kent ze die vrouw toch van? Zelf heeft ze haar tot op haar heupen, dat ze elke avond lang borstelt en 's ochtends zorgvuldig tot een majestueuze knot vervlecht.
In een gewoontegebaar brengt ze haar handen naar haar haar en ziet dat de kerstbalvrouw hetzelfde doet. Ze kijkt haar nu recht aan, die vrouw, doet haar mond wagenwijd open en begint te gillen.

Liegen

"Mag ik liegen?", vraag ik tijdens het sollicitatiegesprek. "Omdat u het zo beleefd vraagt!", antwoordt de advocaat van de duivel en trekt geamuseerd een wenkbrauw op.
"Welnu", vat ik moed, "ik heb brede, ook internationale werkervaring op dit gebied. Talloze echtscheidingszaken wist ik succesvol af te ronden en ook in het strafrecht excelleer ik, waardoor menig rover of moordlustig type nu nog op vrije voeten is. Verder beschik ik over vervalste identiteitspapieren, heb een bankrekening in Zwitserland en..."
"Hou maar op", grijnst de man, "U past prima in ons team. Gefeliciteerd, U bent aangenomen!"

Tieten

"Hé Piet, kijk dan!", zegt de barvrouw tegen de somberende man aan het tafeltje. Ze kijkt even rond in het etablissement om zich ervan te vergewissen dat de anderen geen aandacht aan hen besteden. In een snel gebaar doet ze haar truitje even omhoog, Piet zicht biedend op haar omvangrijke rondborstigheid.
"For your eyes only", knipoogt ze. "Om je op te vrolijken". Maar Piet is in een pesthumeur en wenst dat zo te houden. "Hou jij je ontboezemingen nou maar voor je, ja!", roept-i zo hard-i kan. daarmee aller aandacht op hen vestigend.
Schele Harry, altijd tuk op een relletje, meent zich ermee te moeten bemoeien. "O neen, hè! Is het weer zo ver... Heb ze d'r tieten weer laten zien!?", schreeuwt-i. Dat pikt Klaas niet :"Jij moet wel ff heel goed weten tegen wie je 't hebt, knaap!", gilt-i.
Binnen de kortste keren vliegen glazen, asbakken en allerhande beledigingen door de zaak. Als de eerste klappen vallen begint de chihuahua hysterisch te keffen.
"Kom maar Brutus", zeg ik. "We gaan".